
Op een goede dag is de spot vol. Dan helpt het enorm als iedereen dezelfde regels kent, want op het water zijn er geen stoplichten. De voorrangsregels bij het kiten klinken eerst ingewikkeld, maar zijn snel te begrijpen. Wie ze kent, vaart ontspannener en veiliger, voor zichzelf en voor alle anderen.
Lij voor loef, de belangrijkste regel

De grondregel luidt: lij voor loef. Lij is de van de wind afgekeerde zijde, loef de naar de wind toegekeerde. Ontmoeten twee kiters elkaar, dan heeft degene voorrang die verder aan lij is. De loef-kiter wijkt uit. Klinkt abstract, maar op het water zit het snel in het gevoel: wie de wind in de rug van een ander heeft, is verplicht te reageren.
Wie hoog vliegt, wie laag vliegt
Zodat de lijnen elkaar niet in de weg komen, is er een tweede regel: ontmoeten twee kiters elkaar, dan houdt degene aan lij zijn scherm laag, degene aan loef houdt hem hoog. Zo vaart de een onder de lijnen van de ander door, zonder dat er iets in de knoop raakt. Bij een direct tegenover elkaar liggend koersen geldt bovendien rechts voor links: voorrang heeft wie de rechterhand voor aan de bar houdt.
Inhalen, starten, uitwijken

Nog een paar regels voor het goede samenspel: wie inhaalt, wijkt uit, want de voorligger ziet je niet. Wie net start of aan land gaat, heeft voorrang op degenen die al varen, dus houden de varenden afstand tot de kust. En aan de Duitse Oostzeekust wijken kite- en windsurfers in principe voor alle andere vaartuigen, van badgast tot zeilboot.
In geval van twijfel geldt altijd de eenvoudigste regel van allemaal: liever een keer extra uitwijken dan op je eigen recht staan. Een vriendelijke blik, een beetje afstand en deze paar regels in je hoofd, dan verloopt de dag voor iedereen soepel. In de cursus oefenen we dat van meet af aan mee.
