
Wind is je vriend, onweer is dat niet. Trekken donkere wolken op, dan is het spelen voorbij, dan hoort het materiaal aan land. Klinkt streng, maar is van levensbelang. Wij leggen uit waarom, en waaraan je de omslag tijdig herkent.
Water en onweer, een gevaarlijke combinatie

Op het water ben jij het hoogste punt in de wijde omtrek, en je kite met zijn lijnen werkt als een antenne. Slaat de bliksem in het water, dan verspreidt de stroom zich over een groot gebied en is ook op enige afstand nog gevaarlijk. Daar komen de heftige vlagen bij die een onweer voor zich uit schuift, zogenaamde downbursts, die jou en je kite volledig kunnen overweldigen. Kort gezegd: onweer en kiten passen absoluut niet bij elkaar.
De 10-kilometerregel
Een eenvoudige vuistregel helpt je om op tijd te reageren. Hoor je de donder, dan is het onweer meestal al dichterbij dan tien kilometer, en dat is het signaal om onmiddellijk te stoppen. Wacht niet tot de eerste vlaag komt, want dan is het vaak al te laat. Beveilig je kite, ga uit het water, weg van mast, bar en alles wat van metaal is, en zoek een beschutte plek. Liever een sessie te vroeg beëindigen dan één te laat.
De omslag vroeg herkennen

Het beste komt het helemaal niet zover. Kijk voor elke sessie naar de weersvoorspelling, juist op zwoele zomerdagen waarop zich ‘s middags onweer vormt. Op het water houd je je ogen open: donkere, torenende wolken aan de horizon, een plotselinge temperatuurdaling of wind die met rukken draait en aanwakkert, zijn duidelijke waarschuwingstekens. In geval van twijfel geldt altijd: liever te voorzichtig dan te moedig.
Het weer aan de kust kan snel omslaan, en een onweer is de ene situatie waarbij er geen discussie mogelijk is. Houd de hemel in de gaten, neem de donder serieus, en ga vroeg naar buiten. De wind komt terug, en jij wilt erbij zijn. In de cursus oefenen we ook hoe je de weertekens goed leest.
