
Windsurfen heeft de reputatie ingewikkeld en duur te zijn. Wat de prijs betreft klopt dat nauwelijks, integendeel: dankzij een enorme tweedehandsmarkt is windsurfen wellicht de goedkoopste manier om met de wind het water op te gaan. We rekenen eerlijk door wat de instap echt kost.
De cursus en het basiscertificaat

De klassieke start is een basiscursus met het VDWS-basiscertificaat. Een weekendcursus ligt grofweg in het lage driecijferige bereik, board en rigg inbegrepen. Daarbij leer je opduwen, halzen en de vaarstand op een groot, kantelstabiel board, dat vergeeft in het begin veel. Het basiscertificaat is handig, omdat je daarmee op veel stations wereldwijd materiaal mag lenen. Hoe de eerste stappen eruitzien, staat onder Windsurfen leren.
Board, zeil en rigg
Een windsurfset is modulair: het board en het rigg, oftewel mast, giek en zeil. Nieuw en compleet kost een goede beginnersset grofweg in het viercijferige bereik, maar zoveel hoef je in het begin helemaal niet uit te geven. Een groot, volumineus board en een kleiner zeil zijn om te leren ruim voldoende. Wat bij elkaar past en in welke volgorde je koopt, staat in onze Windsurf-koopadvies.
De tweedehandsmarkt is je vriend

Hier ligt de eigenlijke troef van het windsurfen. Omdat de sport al decennia bestaat en het materiaal bijna onverwoestbaar is, is de tweedehandsmarkt enorm en goedkoop. Een complete, degelijke beginnersset krijg je vaak voor een paar honderd euro, soms minder. Voor het begin is dat ideaal: je vaart met echt materiaal zonder veel te investeren, en verruilt later gericht losse onderdelen.
Ons advies: doe de basiscursus, houd dan op de tweedehandsmarkt uitkijk naar een groot board en een klein zeil. Zo kom je voor verrassend weinig geld het water op, en als de sport je grijpt, groeit de uitrusting met je mee.
