
Wingfoilen geldt als dure trendsport. Dat klopt maar half. De instap via een cursus is overzichtelijk, het eigen set daarentegen is een statement. We rekenen eerlijk door waarmee je echt rekening moet houden en waar je in het begin niets fout doet.
De cursus is de beste eerste euro

Wingfoilen leer je het snelst in een school, niet via video. Een basiscursus van twee tot drie dagen ligt grofweg rond de driehonderd euro, wing, board en foil inbegrepen. Dat is goed besteed geld: je leert de wing veilig sturen en de eerste meters op het foil in de juiste volgorde, in plaats van het jezelf moeizaam alleen aan te leren. Hoe de instap verloopt, lees je onder Wingfoilen leren.
Wing, board en foil, het eigen set
Een eigen set bestaat uit drie delen, en elk kost op zich. De Wing ligt meestal in het middelste driecijferige bereik, het Foil is het hart en vaak de duurste post, daar komt het Board bij. Nieuw en compleet zit je daarmee snel in het viercijferige bereik. Het goede nieuws: als vorig-jaarsmodel of tweedehands bespaar je makkelijk de helft, en om te leren heb je sowieso geen topmateriaal nodig. Wat echt bij elkaar past, staat in onze Wingfoil-koopadvies.
Huren of kopen, de eerlijke rekensom

Reken eerlijk uit hoe vaak je per jaar het water op gaat. Wie een paar weekenden vaart, is met huurmateriaal lang goedkoper uit en heeft geen transport en geen miskoop aan zijn broek. Een eigen set loont pas als je regelmatig en bij verschillende windsterktes eropuit wilt, want dan heb je sowieso meerdere winggroottes nodig. Een grove indicatie voor het eerste jaar: cursus, plus wat huurmateriaal, en je bent met een paar honderd euro klaar.
Ons advies: steek je geld eerst in een goede cursus, niet in het glimmendste foil. Kunnen houdt langer dan welk materiaal ook. Als je dan zeker weet dat je erbij blijft, koop je rustig je eigen set, het liefst met eerlijk advies bij de station.
