
Windsurfen leren gaat sneller dan velen denken. Op een groot, kantelstabiel beginnersboard sta je meestal al op de eerste dag en maak je je eerste meters. Hier komen de eerste stappen in de juiste volgorde, van het materiaal aan land tot de eerste wending.
Stap 1: Het materiaal aan land begrijpen
Voordat je het water op gaat, bekijk het rigg aan land. Leer waar voor en achter is, hoe je het zeil aan de giek vasthoudt en hoe het in de wind kracht ontwikkelt. Een paar minuten op het strand besparen je op het water veel frustratie. Een groot beginnersboard met zwaard (de uitklapbare kiel) houdt hoogte en kantelt niet zo snel, precies goed voor de start.
Stap 2: Opstappen en het zeil uit het water trekken
Kniel eerst op het board, vind je balans, ga dan in het midden staan, voeten links en rechts van de mastvoet. Nu trek je met de ophaallijn het zeil langzaam uit het water, rug recht, benen werken, niet de rug. Het zeil blijft eerst los in de wind wapperen, jij staat stabiel. Dit moment oefen je een paar keer, het is het halve werk.

Stap 3: Basispositie en wegvaren
Pak met de voorste hand de giek net achter de mast, dan met de achterste hand iets verder naar achteren. Trek je het zeil langzaam dicht (aanstellen), dan neemt het vaart en glijd je weg. Belangrijk: blik naar voren, lichaam rechtop, het zeil via de achterste hand doseren. Wordt het te veel, open dan gewoon de achterste hand, dan neemt de druk af.
Stap 4: De wending, zodat je terugkomt
Zodat je niet alleen in één richting vaart, heb je de wending nodig: je loopt om de mast heen naar de andere kant en vaart terug. In het begin wankel, na een paar pogingen routine. Zo blijf je in de buurt van je startpunt, juist bij aflandige wind een veiligheidsplus.
De meest voorkomende beginnersfouten
- Te klein board: Een groot, volumineus beginnersboard vergeeft alles. Sportieve boards komen later.
- Met de rug trekken: Het zeil til je met de benen, anders doet na tien minuten je rug pijn.
- Blik naar beneden: Kijk naar waar je heen wilt, de rest volgt.
- Te veel zeil: Liever een maatje kleiner, dan heb je het rigg onder controle.
- Aflandige wind: Drijft je naar buiten, het terugkomen wordt lastig. Bij twijfel aan land blijven.
Waar je het beste oefent
Ideaal is ondiep, staanbaar water bij aanlandige, gelijkmatige wind, zoals de Bodden- en Förde-baaien aan de Oostzee of de Deense fjordgebieden zoals Bork Havn en Thorsminde. Welk board en zeil bij jou past, staat in onze Windsurf-uitrusting voor beginners.
Het snelst met een cursus
Windsurfen vergeeft veel, maar een leraar die naast je staat en het passende materiaal levert, halveert je leertijd. Doe het best een basiscursus bij een school in jouw gebied, en zoek met de Wind-Check een rustige dag met gelijkmatige wind uit.
